In Ghana urineren ze over de wedstrijdbal

Ghana

Bijgeloof, geluk en rituelen. Allemaal zijn ze nauw verbonden met de sportwereld. Zo stopt Formule 1-coureur Sebastian Vettel altijd een geluksmuntje achter zijn schoenveter. Johan Cruijff moest altijd met nummer 14 spelen. De hockeydames wonnen in 2005 het EK voor landenteams, nadat zij de film The Notebook hadden gekeken. Na deze overwinning moest deze film iedere keer worden gekeken voor een belangrijke wedstrijd. In Ghana urineren voetballers op de wedstrijdbal, terwijl Zimbabwaanse voetballers het veld een prima plek vinden voor hun urineerritueel. Je kan het zo gek niet bedenken of sporters voeren de raarste rituelen uit, omdat ze denken dat dit helpt bij het leveren van een sportprestatie. Uit het afstudeeronderzoek van Michaéla Schippers is gebleken dat 80% van de topsporters en 87% van de trainers bijgelovige handelingen doen voor een wedstrijd, maar werken talismannen en rituelen wel?

We konden niet winnen vandaag, want we hadden geen geluk. Een bekende uitspraak van menig sporter. Maar wat zijn pech en geluk eigenlijk? Is dat wel iets dat in de sport thuis hoort? Sport is een fysieke en mentale prestatie die je levert en wat heeft geluk dan hiermee te maken? Volgens Cortney S. Warren is de definitie van geluk iets dat iemand baat of schaadt door puur en alleen toeval. Geluk heeft niets te doen met keuzes die we maken en de moeite die we ervoor doen (Warren, 2014).

Geluk of pech?
Het verliezen van een penalty shoot-out of een bal tijdens de reguliere wedstrijd op de lat schieten hebben in principe niets met pech of geluk te maken. Schieten op doel is de keuze van de sporter, deze had de bal ook naar een medespeler kunnen spelen. Na zijn keuze om op doel te schieten heeft de sporter een bepaalde moeite in het schot gestopt. Als we uitgaan van de definitie van Warren, zou het missen van het doel dan niets met geluk of pech te maken hebben. Het verliezen van een penalty shoot-out is in principe ook een vaardigheid die getest wordt. De vaardigheid van een speler om de penalty te benutten en van de keeper om de bal uit het doel te houden. Geluk heeft er niets mee te maken, maar toch worden dit soort situaties vaak met ‘geluk’ of ‘pech’ bestempeld.

Arjen Robben is er heilig van overtuigd dat de naam van zijn kind aan de onderkant van zijn schoen geluk brengt

Stel, pech is wel een factor bij het schieten op de lat of het verliezen van een penalty shoot-out. Het kan zijn dat de wind ineens kwam opwaaien of het grassprietje net te hoog stond. Factoren waar een voetballer geen invloed op heeft. Kunnen we dan alsnog van geluk of pech spreken? Vele sporters denken dat ze door hun bijgeloof geluk kunnen ‘afdwingen’. Maar is dat wel zo? Arjen Robben bijvoorbeeld is er heilig van overtuigd dat de naam van zijn kind aan de onderkant van zijn schoen geluk brengt, maar wat brengt hem dan geluk? De naam van zijn kind of die voetbalschoenen die hij aan heeft?

Bijgeloof of ritueel?
Dat Arjen Robben alleen wedstrijden speelt met de naam van zijn kind onder de schoen is een ritueel. Dat hij daardoor denkt meer geluk te hebben is bijgeloof. Het is belangrijk om dit verschil te herkennen. Er zijn bijvoorbeeld genoeg Formule 1-coureurs die maar aan één kant van de auto instappen. Niet omdat ze denken dat het geluk brengt, maar omdat ze zich hierbij goed voelen. Op het moment dat een sporter gelooft dat een handeling invloed heeft op de uitslag van een wedstrijd dan spreekt men van bijgeloof. Wann et al. zeggen dat bijgeloof bestaat uit acties waarvan men denkt dat die naar een specifiek resultaat leiden (Wann et al, 2010).

Voor de sporters is het nu eenmaal beter om een verband te leggen dat er eigenlijk niet is – tussen bijvoorbeeld de naam op de voetbalschoen en het resultaat van de wedstrijd – dan onzeker aan (de voorbereiding op) de wedstrijd te beginnen. Dankzij dat bijgeloof is een sportman even niet met negatieve gedachten bezig. En als hij op die manier het gevoel krijgt dat de kans op succes groter wordt? Dan stapt hij veel zelfverzekerder het veld op (van ’t Land, 2012).

Uit Duits onderzoek is gebleken dat bijgeloof en talismannen een positief effect hebben op het stimuleren van een cognitieve en motorische handelingen

Werkt de naam van het kind van Arjen Robben op zijn schoen? Uit Duits onderzoek aan de universiteit van Keulen is gebleken dat bijgeloof en talismannen een positief effect hebben op het stimuleren van een cognitieve en motorische handelingen. In het experiment werd bij de testpersonen gekeken of het stimuleren van bijgeloof effect had op hun prestaties. De groep waar bijgeloof werd gestimuleerd presteerde beter, doordat zij een verhoogd zelfvertrouwen hadden. Door het bijgeloof te stimuleren was deze groep er meer van overtuigd dat zij een taak konden uitvoeren (Damish et al, 2009).

Daarnaast werkt bijgeloof als een belangrijke psychologische stressregulator en kunnen ze bij belangrijke en onzekere wedstrijden zeer belangrijk zijn voor het prestatievermogen van een sporter (Schippers & van Lange, 2005). Toch zijn rituelen en bijgeloof niet de oplossing voor alle sportproblemen. Sporters kunnen het echter ook te bont maken. Soms voeren mensen zulke lange en ingewikkelde rituelen uit om geluk of succes af te dwingen dat dit uitmondt in disfunctioneel of dwangmatig gedrag (Van ’t Land, 2012). Ook bestaat er in de sportpsychologie het concept ‘choking under pressure’. Hierin faalt een expert – in dit geval een sporter – op een kritiek moment onder mentale druk. Het is een veelvoorkomend verschijnsel met doorgaans desastreuze gevolgen.

Net toen Novotná op het punt stond te winnen, klapte ze volledig dicht. Ze sloeg alle ballen mis of in het net

Het beste voorbeeld hiervan is misschien wel de Tsjechische tennisster Jana Novotná, in de Wimbledon-finale van 1993 tegen Steffi Graf. Novotná verloor de eerste set nipt, maar begon daarna Graf volledig in te maken. Net toen ze op het punt stond te winnen, klapte ze volledig dicht. Ze sloeg alle ballen mis of in het net. Al die jaren training en gewonnen wedstrijden tot aan dit moment, leken ineens te zijn verdwenen. Novotná verloor uiteindelijk de finale van Steffi Graf in drie sets.

Falen onder druk
De van origine Britse psycholoog Masters kwam echter met een wezenlijk andere benadering van ‘choking’. In navolging van diverse andere auteurs beschouwde hij het falen onder druk als een uiting van het bewust aansturen van een normaliter geautomatiseerde beweging. De sporter grijpt terug naar zijn leergeschiedenis. Bewegingen die in het begin zijn aangeleerd, maar niet geperfectioneerd. De sporter ‘herinvesteert’ kennis die in principe niet geschikt is om de taak beter uit te voeren dan de kennis in het automatische proces (Beek, 2011).

Even in de tijd terug. Om een vaardigheid te leren doorloopt ieder mensen drie fasen: de cognitieve fase, associatieve fase en de autonome fase. Tijdens de cognitieve fase wordt er nadruk gelegd op de grove aanlering van een beweging. De beweging is verre van perfect en er wordt een basis gelegd. Tijdens de associatieve fase komt de nadruk steeds meer op het bewust perfectioneren van de beweging gelegd. Tot slot komt een beweging in de autonome fase: er hoeft niet meer te worden nagedacht om een beweging perfect te kunnen uitvoeren (Rehorst & Van der Loo, 2009).

Het is belangrijk dat sporters zo min mogelijk expliciete regels ter beschikking hebben om in tijden van stress te herinvesteren in de sturing van de beweging

Door ‘choking’ grijpt een sporter voor de beweging die in principe geautomatiseerd is terug naar de associatieve fase en gaat hij dus nadenken over die beweging. Volgens Masters is het echter belangrijk dat sporters zo min mogelijk expliciete regels ter beschikking hebben om in tijden van stress te herinvesteren in de sturing van de beweging (Beek, 2011).

Sportfans kunnen er ook wat van!
Het zijn niet alleen de sporters die er ‘bijzondere’ gewoontes op nahouden. Fanatieke sportfans kunnen er ook wat van. In een aflevering van According to Jim, een Amerikaanse sitcom, (seizoen 4 aflevering 11, ‘Sympathy from the Devlins’) wordt dit op een prachtige manier gedemonstreerd. Deze aflevering begint met een wedstrijd van de Chicago Bulls. Hoofdpersoon Jim kijkt samen met zijn schoonfamilie naar de wedstrijd en om ‘de Bulls’ te ondersteunen halen ze de raarste fratsen uit. Zoals het meedribbelen tijdens een aanval, opstaan met de handen in de lucht bij verdediging en omdat de wedstrijd slecht verloopt verwacht Jim dat zijn vrouw achterwaarts loopt. Het is een mooi schouwspel die laat zien wat fanatieke bijgelovige sportfans allemaal niet doen voor hun favoriete team.

Voor sportfans is bijgeloof een soort routine geworden, doordat de sportfans verwachten dat hun gedrag een direct en positief resultaat heeft op het team dat zij steunen. De onvoorspelbaarheid van sport en de verbinding van een fan met zijn team leiden tot een zekere mate van spanning bij een sportfan, die ook aanwezig is bij een sporter. Door deze rituelen uit te voeren wordt de spanning gereduceerd, omdat het een gevoel van zekerheid geeft bij de fan (Burger & Lynn, 2005).

Uit onderzoek is gebleken dat fans die geen bijgelovige handelingen uitvoerden zich minder identificeerden met hun favoriete sportteam

Uit onderzoek is gebleken dat fans met een hoge betrokkenheid met hun team veel eerder geneigd zijn om aan bijgelovige rituelen te doen. De ‘Social Identity Theory’ stelt dat een hoge identificatie met een sportteam in combinatie met een bedreiging leiden tot het uitvoeren van ‘coping’ strategieën, hieronder vallen ook bijgelovige handelingen. Voor de fan is het niet belangrijk hoe effectief deze handelingen zijn. Het gaat er meer om dát deze worden uitgevoerd, omdat ze de fan een gevoel van controle geven. Uit onderzoek is gebleken dat fans die geen bijgelovige handelingen uitvoerden een veel lagere score hadden op de Sport Spectator Identification Scale en zich dus minder identificeerden met hun favoriete sportteam.

Daarnaast is de mate waarin een fan zich identificeert met hun sportteam van invloed. Hoe meer een fan zich identificeert, hoe meer de fan ervan is overtuigd dat zijn of haar bijgeloof een impact heeft op hun team en hoe belangrijk het is. Een hoge identificatie met een sportteam heeft verder veel positieve gevolgen voor fans. Zo leidt dit tot een betere psychologische gezondheid zoals een minder gevoel van eenzaamheid, het vaker ervaren van positieve gevoelens en een hogere zelfverzekerdheid. (Wilson, 2011).

Moeten de Ghanezen over die wedstrijdbal blijven plassen?
Kortom, de één zweert bij bijgeloof en de ander niet. In de sportwereld komt het extreem veel voor zowel bij de sporters als de fans. Onderzoek wijst uit dat het hebben van bijgeloof vele positieve gevolgen heeft, zowel in psychisch opzicht als prestatiebevorderend. Het is misschien daarom wel aan te raden om bijgelovig te zijn in de sport, maar het gaat er uiteindelijk om hoe jij je erbij voelt. Als je het prettig vind om allerlei rituelen en talismannen aan te spreken voor geluk, waarom zou je het dan niet doen? Wat maakt het uit dat het er soms wat gek uit ziet, baat het niet dan schaadt het niet! Dus laat die Ghanese voetballers lekker over de wedstrijdbal heen plassen.

Dit artikel door SGM-studenten Marco Lassche en Joyce Mulder werd eerder gepubliceerd op SportKnowHowXL.nl

Bibliografie
Beek, 2011. Nieuwe, praktisch relevante inzichten in techniektraining: Motorisch leren: Het belang van impliciete kennisopbouw (deel 3). Hier geraadpleegd op 19 januari 2016
Burger, J. M., & Lynn, A. L. (2005). Superstitious behavior among American and Japanese professional baseball players. Basic and Applied Social Psychology, 27, 71-76.
Damish et al. (2009). Keep Your Fingers Crossed! How Superstition Improves Performance. Hier geraadpleegd op 19 januari 2016
Rehorst & Van der Loo, 2009. Motorisch leren en functioneren. Hier geraadpleegd op 19 januari 2016 van
Schippers & van Lange, 2005. The Psychological Benefits of Superstitious Rituals in Top Sport. Hier geraadpleegd op 19 januari 2016
Van ‘t Land (2012). Bijgeloof werkt. Hier geraadpleegd op 19 januari 2016
Wann, D. L., Grieve, F. G., End, C., Zapalac, R. K., Lanter, J. R., Pease, D. G., … Wallace, A. (2010). Examining the superstitious behaviors of sports fans: Types of superstitions, perceptions of impact, and relationship with team identification.
Warren, 2014. What’s Luck Got To Do With It? Hier geraadpleegd op 18 januari 2016
Wilson, 2011. The Relationship between Superstitious Behaviors of Sports Fans, Team Identification, Team Location,and Game Outcome. Hier geraadpleegd op 19 januari 2016

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail
Comments
  1. bjorn@mmmmail.nl'2 jaar ago

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *