Re-integratie en participatie door sport


De waarde van sport is eenvoudig uit te drukken aan de hand van het aantal prijzen in de kast. FC Barcelona, New York Yankees en Tiger Woods zijn allen gevestigde namen in de sport door de successen die zij behaald hebben. De waarde is ook relatief eenvoudig uit te drukken in economische waarde. De hoogte van de begroting van FC Barcelona of de Yankees, of de sponsorinkomsten van Tiger Woords zijn dan aardige indicatoren. Maar veel lastiger is om de sociaal-maatschappelijke waarde van sport concreet en zichtbaar te maken. Sinds februari werkt de Community of Practice ‘Sociaal-maatschappelijke kracht van sport’ zich op hoe de sport wordt gebruikt als middel om bij te dragen aan het verhogen van participatie in de samenleving. Maar wat is nou precies die maatschappelijke waarde van sport? Wat zijn de waarden die het sporten toevoegt aan iemand zijn maatschappelijk functioneren en hoe wordt dit gemeten? Vanuit verschillende invalshoeken onderzoeken wij hoe sport als maatschappelijk middel ingezet kan worden.

De Community of Practice bestaat uit zeven studenten die allen een stage lopen in een maatschappelijk betrokken sportorganisatie. De zeven zeer diverse stage organisaties geven ons de kans om inzicht te krijgen in hoe de verschillende takken uit de samenleving de kans geboden wordt om te sporten en daarmee een, zowel fysiek als psychosociaal, gezond leven te leiden. Wekelijks komen wij bij elkaar om onze ervaringen uit te wisselen en aan de hand van inhoudelijke thema’s nieuwe inzichten te ontwikkelen. Dit nemen we vervolgens weer mee naar de praktijk. In dit blog staan de doelen en werkwijzen van deze verschillende stage-organisaties centraal en hoe zij proberen middels sport een bijdrage te leveren aan de samenleving.

Participatie
Uit onderzoek blijkt dat hoe slechter iemand zijn gezondheid is met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt, hoe kleiner de kans is op een betaalde baan. Voldoende sporten en bewegen kan sociaal-emotionele klachten als depressie en angst voor sociale contacten doen afnemen of zelfs doen voorkomen. Door het laten afnemen of voorkomen van deze klachten, zijn mensen sneller bereid om ook op andere plekken in de samenleving mee te doen. Door voldoende te sporten en bewegen kan de eigenwaarde stijgen, waardoor bijvoorbeeld  de angst voor contact met andere mensen kan afnemen. Om deze depressie of angstgevoelens te laten afnemen, is het wel belangrijk dat het sporten en bewegen plaatsvindt in een sociaal veilige en motiverende omgeving. Ook is het belangrijk dat dit sporten en bewegen is verwerkt in het re-integratietraject.

Voldoende sporten en bewegen kan klachten als depressie en angst voor sociale contacten doen afnemen of zelfs voorkomen.

In het onderstaande figuur is te zien waar sport en bewegen als middel aan bij kan dragen. Tevens worden hier interventies genoemd die in de praktijk zijn toegepast en via het KennisCentrum Sport worden verspreid. De stage-organisaties binnen de CoP hebben doelstellingen die op elkaar lijken en gebruiken soortgelijke

 

interventies. Echter zijn de stage organisaties op een grotere schaal met deze doelstellingen bezig dan de bedrijven die enkel deze interventies inzetten. De stage organisatie zijn bijna allemaal met elk van de beschreven manieren van sport als middel bezig, maar met name re-integratie is een veelvuldig terugkomend aspect. Waarom dit aspect zo belangrijk wordt geacht binnen de COP, wordt hieronder uitgelegd.

Partcipatieladder
In Nederland heerst vandaag de dag een participatie-samenleving. In een participatiesamenleving wordt van iedereen verwacht actief mee te doen. Burgers krijgen meer verantwoordelijkheid en moeten autonoom en rationeel kunnen handelen (Rose & Miller, 1992, in O’Brien, 2012, p. 574). Succes wordt voornamelijk gemeten in termen van gezondheid, inkomen, productiviteit, vaardigheid en sociale mobiliteit. Om deze doelen te bereiken moet men onafhankelijk zijn (Puar, 2012, p. 155, in Fritsch, 2013, p142). Maar niet iedereen is even onafhankelijk in de huidige samenleving. Sommige mensen hebben een opstapje nodig richting die onafhankelijkheid.

Om te bepalen welk opstapje men nodig heeft, kan de participatieladder (van Gent , van Horssen, Mallee, & Slotboom, 2008) worden gebruikt . Door bepaalde criteria te hanteren, kan precies worden afgelezen in welke fase van onafhankelijkheid een individu precies zit. Wanneer iemand aan de top van de ladder zit, kan hij/zij volledig op eigen benen staan. Er wordt dan geparticipeerd op de arbeidsmarkt en is daardoor volledig onafhankelijk.  Door dit af te lezen, kan er een inschatting worden gemaakt van de hulp die iemand nodig heeft om onafhankelijk genoeg te zijn om te kunnen meedoen in de participatiesamenleving.

Praktijkvoorbeelden
Een mooi voorbeeld van het gebruik van de participatieladder is te vinden bij de Penitentiaire Inrichting (PI) Veenhuizen, waar Marit Kampjes stage loopt. Dit is een reguliere gevangenis voor volwassen mannen. In de gevangenis werken medewerkers aan de re-integratie van de gevangenen. Ook doet de inrichting mee aan het project Werk via Sport. Een project waarbij gedetineerden tijdens detentie vrijwilligerswerk kunnen doen bij een sportvereniging en zich zo voorbereiden op hun terugkeer in de maatschappij. Ze worden dus voorbereid om weer onafhankelijk te kunnen participeren in de participatiesamenleving. De participatieladder wordt dus gebruikt in het re-integratietraject van gedetineerden die meedoen aan het project. Op dit moment is Marit bezig met het koppelen van een kandidaat aan een sportvereniging. In samenwerking met de gemeente Assen, de sportcoach van Assen en de interne projectleider proberen ze een geschikte plaats voor de kandidaat te vinden. Bij deelname aan het project wordt er gewerkt aan het opbouwen van een sociaal netwerk, een duurzame plek voor dagbesteding en een plek om je te ontwikkelen. Het biedt dus verschillende kansen.

Een tweede voorbeeld waar de participatieladder op kan worden toegepast is De Verenigbare Club, waar Brian Donderwinkel en Mark Zijlstra stage lopen. Deze organisatie legt een groot deel van de verantwoording om sport in de te zetten als maatschappelijk middel, bij de sportverenigingen neer en helpt hen deze verantwoording te dragen. Samen plaatsen zij mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt, zoals langdurig werklozen en nieuwkomers, als vrijwilliger bij een sportvereniging. Deze mensen worden hierdoor uit hun isolement gehaald en weer betrokken in de samenleving. De vereniging krijgt hierdoor extra hulp en de ingezette vrijwilligers kunnen weer sociale contacten opbouwen en een netwerk creëren. Kortom, alle stappen van de participatieladder zijn hier heel duidelijk aanwezig met het uiteindelijke doel om door te stomen naar een betaalde baan.

Alle stappen van de participatieladder zijn duidelijk aanwezig met het uiteindelijke doel om door te stomen naar een betaalde baan.

Ook STOOT, de stage organisatie van Jonah Kremer maakt duidelijk gebruik van de participatieladder. STOOT richt zich op de organisatie van sportmomenten voor jongvolwassenen uit de maatschappelijke opvang. Door deze activiteiten laagdrempelig en kosteloos aan te bieden is dit de eerste stap in het re-integratie traject voor veel van onze deelnemers. Deze zijn afkomstig vanuit een grote diversiteit aan zorgbehoeften zoals (ex) gedetineerden, (ex) verslaafden en een deel van de groep leidt aan lichte tot zware psychische klachten die veelal ontstaan zijn uit een traumatische gebeurtenis of een lastige jeugd. STOOT geeft echter wel een eigen invulling aan de participatieladder, zodat deze beter aansluit bij de doelgroep die zij bedienen. Ze opereren voornamelijk op de tweede en derde trede van de participatieladder, waardoor zij mensen aan het bewegen krijgen. In de afbeelding hiernaast is te zien hoe STOOT zelf verder deze ladder invult.

Het Donar Fonds, de stage organisatie van Brendan Stegehuis, houdt zich als organisatie zelf niet direct bezig met het re-integreren van mensen in de samenleving, maar ondersteunt wel initiatieven die daar direct mee bezig zijn. De participatieladder is dus ook op deze organisatie van toepassing, maar dan in een andere vorm. Vooral projecten/initiatieven die de eerste drie stappen doorlopen omdat het fonds zich voor het grootste deel richt op kinderen. Betaald werk vinden is daardoor niet het doel van de organisatie. Het woord participatie in de participatieladder doelt bij het fonds meer op sportparticipatie. De georganiseerde activiteiten waaraan wordt deelgenomen kunnen divers zijn zolang ze maar een vorm van basketbal als middel gebruiken of raakvlakken hebben met de sport. Stap twee en drie van de ladder zijn voor het Donar Fonds eigenlijk vaak omgekeerd. Mensen doen mee aan de georganiseerde activiteiten en doen daardoor sociale contacten buiten huis op. Ook kunnen er buurtinitiatieven ontstaan doordat nieuwe sociale contacten het samen leuk vinden om activiteiten te organiseren. In de organisatie van de activiteiten en projecten werken vrijwel altijd vrijwilligers. Deelnemers zouden later zo enthousiast kunnen zijn dat ze graag willen helpen, waardoor de vierde trede ook geïncludeerd is bij de ladder van het Donar Fonds.

De Ajax Foundation, de organisatie waar Jesse Betaze stage loopt, maakt in iets mindere mate gebruik van de participatieladder. Desondanks kan de ladder ook hier in een iets andere vorm worden toegepast. De Ajax Foundation is vooral op faciliterend gebied actief en zet zich in mindere mate bezig met re-integratie. Zo wordt er een project georganiseerd waarbij kansarme jeugd de mogelijkheid krijgt om te sporten. Daarnaast is er ook een sportdag voor gehandicapten. Deze beiden doelgroepen staan vaak onderaan op de participatieladder. Deze projecten kunnen een zetje in de rug zijn om een stapje omhoog te zetten op de ladder.

Ditzelfde geldt voor de Local Dreamers. Deze organisatie, de stage organisatie van Tom Ravenshorst, is opgericht met het doel om minder bedeelde kinderen een kans te geven zich te ontwikkelen. Ook blijven deze kinderen van de straat door het sportaanbod. Deze kinderen staan onderaan de participatieladder en krijgen de kans om omhoog te klimmen op deze ladder. Ze leren de normen en waarden die horen bij de samenleving, ze leren omgaan met tegenslagen en groeien op een sociaal wenselijke omgeving. Dit kan deze kinderen helpen om zich op sociaal gebied sterk te ontwikkelen, wat hen voordelen kan bieden wanneer zij gaan participeren op de arbeidsmarkt.

Al deze organisaties hebben dus een directe of indirecte invloed op de participatie van mensen in de participatiesamenleving. De organisaties richten zich allemaal voornamelijk op de onderste treden van de ladder. Dit is natuurlijk omdat deze doelgroepen de meeste steun nodig hebben.

Politiek
Tot dusverre hebben we alleen voorbeelden gezien van organisaties die zich richten op de dagelijkse uitvoering van de participatieladder, maar als we echt iets willen bereiken, zal dit ook vanuit de regering gesteund moeten worden. Waldemar Wessels loopt stage  bij de Tweede Kamerfractie van D66 en kan een goed beeld verschaffen van de manier waarop de politiek de participatieladder in kan zetten. De rol van de participatieladder in de Tweede Kamerfractie van D66 zelf is niet aanwezig. Het kan echter wel gebruikt worden als middel bij het opstellen van het integratiebeleid. Door het traject van de participatieladder op wetgevend niveau te stimuleren kan er op lokaal niveau meer aandacht besteed worden aan de (re-)integratie door middel van sport en bewegen.

Ook kan er met de participatieladder gekeken worden naar de manier van werken. Waarbij de stap van onbetaald werk naar betaald werk vertaald kan worden naar hoe complex de werkzaamheden zijn, hoeveel beleidsterrein erbij worden betrokken en hoeveel impact het heeft op de bevolking. Binnen de Tweede Kamer is het uitvoeren van sport- en beweegbeleid met een maatschappelijk oogmerk niet van toepassing. Zij controleert en maakt enkel het beleid welke op lokaal niveau uitgevoerd kan worden. De maatschappelijke rol van sport en bewegen wordt echter steeds groter; de gezondheidszorg schreeuwt om meer preventie in de vorm van sport en bewegen. Zo streeft D66 naar een integraal sportbeleid wat raakvlak heeft met verschillende terreinen; zowel sociale zaken, onderwijs en cultuur als volksgezondheid.

Een integraal sport- en beweegbeleid is van groot belang.

Wat er nog beter zou kunnen is de invulling van dit beleid; er kan meer aandacht komen voor sport en bewegen, dit mag hoger op de agenda komen. D66 is bij uitstek de sportpartij van Nederland op dit moment; het initiatief hoort dan ook bij ons te liggen om hier meer aandacht voor te verkrijgen in de Kamer.

Conclusie
Hoewel er veel lokale initiatieven zijn, is de rol van de politiek dus ook van groot belang. De samenwerking tussen sport en het sociaal domein zou moeten leiden tot nieuw integraal beleid, waarbij sociaal-maatschappelijke thema’s, zoals bijvoorbeeld participatie, een belangrijke rol spelen.. Dit beleid is geslaagd wanneer mensen, die langdurig thuis zitten, en dus onderaan de participatieladder staan, actief gaan participeren in het sport en beweegaanbod. Een integraal sport- en beweegbeleid is daarbij van groot belang. Preventie door sport en bewegen hoort bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar ook bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De regering moet daarom gaan streven naar een integraal beleid.

Het verminderen van mentale en fysieke klachten door middel van sport zorgt ervoor dat mensen weer sneller kunnen gaan werken. Dit moet dus over twee ministeries worden uitgespreid. Alleen zo kan er daadwerkelijk wat worden bereikt bij integratie door sport en bewegen. Dit kan mentale en fysieke klachten wegnemen en zelfs voorkomen, zodat iedereen daadwerkelijk kan participeren in de hedendaagse participatiesamenleving.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *