Opleiden van eigen jeugdtrainers

Veel verenigingen onderkennen problemen in de begeleiding van jeugdkader. Goedwillende vaders of jeugdspelers worden zonder opleiding voor de groep gezet en verenigingen ontbreekt het vaak aan mogelijkheden om hen goed op weg te helpen. Hoe pak je dit aan zodat de desbetreffende leider of trainer het seizoen zo goed mogelijk invult? Hoe zorg je ervoor dat de leider/trainer zoveel plezier ervaart dat hij/zij doorgaat bij de vereniging. Geef je de trainer een paar ballen en wat pionnen en hoop je daarmee dat nieuwe talenten worden ontwikkeld of doe je meer als vereniging?

Wij zijn zes derdejaarsstudenten van de opleiding Sport, Gezondheid en Management van de Hanzehogeschool Groningen. Wij hebben het afgelopen half jaar de KNVB-cursus tot Hoofd Jeugdopleiding afgerond en hebben daarnaast onze kennis en ervaringen in de praktijk gebracht bij verschillende voetbalverenigingen in en rondom de stad Groningen. Door de stages bij de verschillende voetbalverenigingen hebben wij inzicht gekregen in de problematiek waar veel voetbalverenigingen tegenaan lopen. Wij hebben in samenwerking met de KNVB een beleidscyclus ontwikkeld die verenigingen kunnen gebruiken bij het begeleiden van jeugdkader. Hiermee hopen wij het proces bij de verenigingen op gang te brengen en te ondersteunen.

In het afgelopen half jaar hebben wij veel gesproken met mensen uit het werkveld. Onder andere met Jouad Boufarra, hoofd jeugdopleiding van onder andere v.v. Gorecht en v.v. Winsum. Hij heeft een bijdrage geleverd aan onze beleidscyclus door zijn ervaringen en visie te delen. Dit artikel heeft als doel om verenigingen handvatten geven met betrekking tot jeugdkader en daarbij een proces op gang brengen door de verenigingen nieuwe inzichten te geven.

Het nog beter begeleiden van (jeugd)kader
De KNVB heeft een stappenplan ontwikkeld die de verenigingen helpt om het jeugdkader van ‘begin’ (werven) tot ‘eind’ (uitstroom) zo goed mogelijk te kunnen begeleiden. Dit stappenplan wordt ook wel ‘de slang’ genoemd en is hieronder weergegeven. De complete slang van de KNVB kent zeven stappen. Deze bestaat uit: werven, informeren, introduceren, begeleiden, opleiden, doorstromen en uitstromen. Voor nu is er gekozen om alleen de eerste vijf te behandelen omdat deze het meest van belang zijn voor de eigen vereniging. Doorstromen en uitstromen staan meer in teken van de persoon zelf, voor nu gaat het om de vereniging zelf. De vijf onderdelen worden hieronder kort toegelicht.

Werven: Het begint uiteraard allemaal bij het werven van jeugdkader. Bij het werven benader je mensen om kaderfuncties in te vullen bij de vereniging. Belangrijk bij het werven is om vooraf te bepalen naar wie je opzoek bent en hoe je deze persoon gaat benaderen. Daarnaast moet je je afvragen wie binnen de vereniging verantwoordelijk is voor het werven.

Informeren: Tijdens deze stap informeer je de mensen die de functie gaan benaderen waarvoor je ze hebt geworven. Informeer het kader over de missie, visie en kernwaarden van de vereniging en denk daarnaast na over wat het kader moet weten van de vereniging. Spreek ook uit wat je als vereniging verwacht van het kader en vraag het kader wat zij verwachten van de vereniging.

Introduceren: Wanneer je het kader hebt geïnformeerd is het belangrijk om het kader te introduceren bij de vereniging. Op deze manier weet het kader bij wie ze binnen de vereniging moeten zijn. Vraag aan het kader op welke manier ze geïntroduceerd willen worden en bepaal hoe je dit dan gaat doen. Belangrijk daarbij is om antwoord te geven op de vraag waarom je het kader wil introduceren. Op deze manier bepaal je voor jezelf als vereniging de manier waarop je gaat introduceren.

Begeleiden: Nadat je de voorgaande drie stappen hebt doorlopen kom je aan bij de eerste echte activiteit van het kader. Hoe wil je het kader begeleiden voor, tijdens en na deze eerste activiteit. En zijn er personen binnen de vereniging die de kennis en vaardigheden hebben om het kader te begeleiden? Bedenk of het nodig is om vast te leggen hoe je het kader wil gaan begeleiden. Belangrijk is ook om vooraf te bedenken wat het begeleiden zou moeten opleveren, voor zowel de vereniging als het kader.

Opleiden: Om het kader en de vereniging verder te helpen kan je er als verenging voor kiezen om het kader op te leiden door middel van interne en/of externe opleidingen. Daarbij is het belangrijk om als vereniging op de hoogte te zijn van de mogelijkheden (welke mogelijkheden zijn er intern en extern en wat zijn de mogelijkheden financieel gezien). Ook hierbij moet je je van tevoren afvragen van het opleiden op zou moeten leveren voor de vereniging en voor het kader. Zoek binnen de vereniging naar mensen die een rol kunnen spelen bij het opleiden en hoe je wil gaan opleiden.

Om de onderdelen zo goed mogelijk te kunnen invullen en uitvoeren, is per onderdeel uitgewerkt wat je als vereniging moet doen/hebben en waar je over na moet denken voordat je begint met het uitvoeren. Dit kan worden gezien als een ‘stip op de horizon’. Dit kan namelijk gebruikt worden bij het vormgeven van het beleid. Wanneer je deze zaken op orde hebt, kan je gaan beginnen met de uitvoering van het beleid.

Toepassing
Om deze slang in praktijk te brengen is er een powerpoint presentatie ontwikkeld die gebruikt kan worden door een jeugdbestuurder van een vereniging het gesprek aangaan met zijn eigen (technische)commissieleden. Zo ontstaat er over elk onderwerp een gesprek dat kan leiden tot nieuwe inzichten. Jeugdbestuurders gaan per onderwerp in op de vragen, ‘hoe gebeurt het bij onze eigen vereniging?’ en ‘hoe zouden we willen dat het bij onze eigen vereniging zou gebeuren?’. Uit dit gesprek komen natuurlijk verschillende punten naar voren. Positieve punten dat verenigingen erachter komen dat ze al een heel eind op weg zijn met hun eigen begeleiding van jeugdkader. Maar ook komen er struikelblokken naar voren door dit overleg binnen eigen jeugdbestuur. Hierop kan uitermate goed worden ingespeeld omdat het bespreekbaar is gemaakt en de verenigingen weten waar ze de komende tijd aan kunnen werken.

Interview Jouad Boufarra
Boufarra geeft antwoord op onderstaande vragen vanuit zijn eigen ervaringen als Hoofd Jeugdopleiding bij verschillende verenigingen. De vragen zijn aan hem voorgelegd en hij heeft zijn eigen visie en ervaringen gebruikt om antwoord te geven op de vragen. Let wel, dit is beschreven vanuit het ideaalplaatje voor de vereniging en niet altijd haalbaar voor de eigen vereniging.

Wat is jouw visie op het werven van jeugdkader?
‘’In principe hanteren we een aantal criteria die opgenomen zijn in het jeugdplan. Daarnaast maken we onderscheid tussen selectie en niet selectie. Het werven (en aanstellen) gebeurd altijd door de HJO en coördinator v.d. betreffende leeftijdsgroep Voor selectieteams zoeken we gediplomeerde trainers met een pedagogische en/of onderwijs Achtergrond.”

“Voor niet selectieteams zoeken we trainers met ervaring in opvoeden en/of sportstudenten (meestal spelers van O17, O19, 1e elftal etc.). Bij v.v. Winsum krijgen alleen de selectietrainers een financiële vergoeding. We zijn al jaren bezig om dit te veranderen en ook de niet selectietrainers te compenseren, maar vooralsnog is het zoals het is. Verder bieden we elke trainer de mogelijkheid om een opleiding te volgen (extern) en organiseren we een aantal keer per seizoen trainersbijeenkomsten (interne bijscholing) gericht op het Jeugdplan. Laatstgenoemde is enerzijds bedoeld om te toetsen hoe het jeugdplan er in de praktijk uit ziet en anders om de kennis van elkaar te verbreden d.m.v. een thema.”

Er zijn 3 werkvormen, waarvan elk een bepaalde doelgroep binnen je jeugdafdeling kan dienen.

  • Voor selectieteams kijken we naar binnen en buiten en vragen we in ieder geval TC3. In sommige gevallen is het daarom nodig om via netwerk, het uitschrijven van een vacature of informeren bij de KNVB-academie tot kandidaten te komen. Meestal gaat het via netwerk, dat is voor ons ook de meest ‘veilige’ weg, omdat het beeld van de kandidaat dan wat beter te verkrijgen is.
  • Een oproep binnen de vereniging plaatsen en mond op mondreclame hanteren is vaak bedoeld voor de niet selectieteams en is vaak ook het meest effectief.
  • Eveneens voor niet selectieteams of een assisterende rol bij selectieteams richten we ons op sportstudenten (mbo en hbo) die dit als stage kunnen declareren.

“Let wel, het verloop is erg groot, met name bij niet selectieteams. Wij zijn al jaren bezig met een manier vinden/bedenken om dit verloop te reduceren. Een gedachtegang is om selectietrainers nog een niet selectieteam te laten ‘adopteren’. Dat kost de vereniging wel een kleine (extra) vergoeding, maar zorgt er wel voor dat de kwantitatieve noodzaak minder wordt en de kwaliteit omhoog gaat. En daarnaast vergroot het ook de binding tussen selectie en niet selectieteams, spelers, trainers, leiders, ouders.” Kortom, de vereniging die het voor elkaar krijgt om het verloop te reduceren en de kwantitatieve noodzaak te verkleinen heeft een gouden formule in handen.

Wat is jouw visie op het informeren van jeugdkader?
‘’Wij beginnen altijd met twee gesprekken. De eerste is om kennis te maken en de kandidaat trainer te informeren over wat wij verwachten en wat hij/zij van ons kan verwachten. Daarin verwijzen wij altijd naar een deel van het jeugdplan wat op de trainer in kwestie en de betreffende leeftijdsgroep van toepassing is. Het 2e gesprek is bedoeld om de zaken te concretiseren (hetzij met een contract, hetzij anders). Op het gebied van training geven en coachen van wedstrijden is het vooral afhankelijk van zijn/haar instapniveau. In principe biedt het jeugdplan handvatten. Maar in veel gevallen wordt er meer gewenst. Wij zijn in staat om complete lesplannen aan te leveren (doen dat in sommige gevallen ook) maar hebben veel liever dat een trainer hier gaandeweg zelf toekomt. In sommige gevallen bieden we ook introductie begeleiding op het veld om een trainer en diens groep op gang te helpen. Het is per persoon afhankelijk dus. Vervolgstap is om het proces naar de groep te begeleiden (contactgegevens, leiders, materiaal etc.). Dit doet de coördinator van de leeftijdsgroep.’’

Wij zijn in staat om complete lesplannen aan te leveren (doen dat in sommige gevallen ook) maar hebben veel liever dat een trainer hier gaandeweg zelf toekomt

Wat is jouw visie op het introduceren van jeugdkader?
Aan het eind van het seizoen organiseert de jeugdcommissie een ouderavond (verdeeld over 2 avonden) om terug te blikken op het oude seizoen en vooruit te blikken op het nieuwe seizoen. In diezelfde periode hebben we per leeftijdsgroep met alle trainers gezeten om elkaar te leren kennen, ervaringen uit te wisselen, de teamindelingen door te nemen en vooral onze manier van opleiden kritisch onder de loep te nemen, met als doel om het volgend seizoen weer net even iets beter te doen. En aan het begin van het seizoen organiseert elke leeftijdsgroep een ouderavond, waarbij de trainers zichzelf voorstellen ondersteund door HJO en coördinator. Deze 2 zijn dus ook het aanspreekpunt voor trainers, waarbij de HJO zich vooral richt op voetbaltechnische zaken en de coördinator vooral op organisatorische zaken.’’

Wat is jouw visie op het begeleiden van jeugdkader?
Wij hebben vaste momenten in de jaarplanning opgenomen voor individuele gesprekken. We hebben vaste momenten waarbij we met de trainers (en leiders) van de leeftijdsgroep bij elkaar komen. En we organiseren trainersbijeenkomsten, gekoppeld aan een thema, bij wijze van interne bijscholing. Daarnaast heeft de coördinator wekelijks contact met de trainers van zijn/haar leeftijdsgroep. De HJO heeft wekelijks contact met de coördinatoren van de verschillende leeftijdsgroepen. De HJO probeert per half jaar 5 trainingen en 3 wedstrijden per team te bezoeken (vv Winsum had afgelopen seizoen 41 jeugdteams). Let wel. Het liefst stellen wel begeleidingsplannen op die passen bij het individu en de leeftijdsgroep die hij/zij traint. Echter, zoals ik al eerder zei, het verloop is enorm. Dus het plan is voor het lopende seizoen van toepassing, anderzijds heerst dan meestal de waan van de dag is mijn ervaring.’’

Wat is jouw visie op het opleiden van jeugdkader?
De HJO leidt trainers op. De trainer leidt spelers op. Feit is dat de opleiding begint vanaf het moment dat de trainer een team krijgt toegewezen. Dan start zijn/haar leertraject en afhankelijk van zijn/haar ervaring, kennis en kunde wordt het instapniveau bepaald. Mijn kracht zit m vooral in het voeren van gesprekken op basis van de trainingen en/of wedstrijden die ik zie van een bepaalde trainer. Daarnaast ben ik altijd bereid om enige tijd wat dichter bij het proces te komen door mee te lopen op het veld en in de kleedkamer. En uiteraard kan ik met interne bijscholing en begeleiding bij externe opleidingen ook een positieve bijdrage leveren. De vereniging heeft wel ‘potjes’ om externe opleidingen te betalen. Dergelijke investeringen zijn ook noodzakelijk vinden wij.”

“Uiteindelijk wil je dat de trainers zo zelfstandig mogelijk te werk gaan, zonder te vergeten dat ze de verenigingsvisie te allen tijde in de praktijk dienen te brengen. Dus dat is het primaire doel van het opleiden van trainers ‘de kortste weg naar zelfstandigheid’. Wanneer we investeren in iemand dan vragen we daar een langer ‘dienstverband’ voor terug, dus dat is het 2e doel ‘binding’.’’

Wat voor waarde heeft het voor een vereniging om beleid te voeren op deze punten?

  • ‘’Continuïteit. Verminderen van het verloop waar ik eerder over sprak.
  • De kwantitatieve noodzaak verminderen.
  • De kwaliteit van trainen en coachen verbeteren.
  • De binding vergroten tussen kader en leden.’’

Dus dat is het primaire doel van het opleiden van trainers ‘de kortste weg naar zelfstandigheid’

Afsluiting
Dit artikel is bedoeld om verenigingen te ondersteunen bij het begeleiden van het jeugdkader. Veel verenigingen weten vaak niet hoe ze dat aan moeten pakken. In dit artikel wordt kennis gecombineerd met ervaringen waardoor de verenigingen een goed voorbeeld krijgen van hoe zij het kunnen aanpakken. Daarnaast worden er handvatten gegeven waar de verenigingen zelf mee aan de slag kunnen. Het proces van de slag wordt uitgelegd waardoor verenigingen per stap weten wat daarbij hoort en wat ze moeten doen/hebben om het zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren. Ook is er een PowerPoint gemaakt die de verenigingen kunnen gebruiken bij het vormgeven van het beleid voor het begeleiden van jeugdkader. Deze PowerPoint kan tijdens een bijeenkomst met leden van de technische commissie, leden van het bestuur, de hoofdjeugdopleiding en/of trainers worden gebruikt om vast te stellen wat je wil als vereniging en te controleren of je op de goede weg bent.

Vanuit de KNVB wordt er nog extra ondersteuning geboden. Elke regio heeft een technisch jeugdcoördinator die verenigingen helpt bij het maken en uitvoeren van technisch beleid. Als vereniging kan je contact opnemen met de technisch jeugdcoördinator in jouw regio waarna deze zo goed mogelijk probeert de vereniging verder te helpen. De verschillende regio’s en de daarbij behorende coördinatoren zijn te vinden op de site van de KNVB onder de volgende link: http://www.knvb.nl/assist/assist-bestuurders/ondersteuning.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *