Is er toekomst voor de sport?

Druk doende zijn we met het verkennen van de toekomst van de sport. In Nederland kwam recent de Sport Toekomstverkenning (STV) uit, een project van het SCP en RIVM. Een op basis van een Delphi-methode door experts geschetst toekomstbeeld. En ja, ook ik ben mede schuldig hieraan. Want echt inschatten wat de toekomst brengt, dat kunnen we natuurlijk helemaal niet. Dit werd nog eens onderstreept door prof. Maarten van Bottenburg in zijn vierde en laatste lezing in het kader van de Francqui leerstoel bij de Vrije Universiteit Brussel. Het enige dat we kunnen is huidige trends nog een paar jaar doortrekken. Maar echte fundamentele veranderingen zie je zelden ver van tevoren aankomen. Toch doen veel landen mee aan dit soort ‘toekomstvoorspellingen’ voor de sport, bijvoorbeeld ook Australië en de Verenigde Staten. En overal komen de experts tot soortgelijke inzichten. In zijn lezing richt Van Bottenburg zich echter meer op de fundamentele kaders van waaruit we de toekomst kunnen bekijken. En alleen dat levert al genoeg interessante inzichten op.

Science fiction
In zijn introductie koos Van Bottenburg er voor om de toekomst van de sport te verkennen door de bril van niet-sporters. Hoe kijken mensen die minder met sport hebben naar de toekomst en welke rol zien zij voor sport. In de Encyclopedia of Science Fiction levert het woord sport opvallend weinig hits op. Hoewel in de meeste science fiction films de acteurs een redelijk gezond en afgetraind lichaam lijken te hebben, zie je zelden iemand hier bewust aan werken. Impliciet lijken de schrijvers van deze boeken en films er vanuit te gaan dat er een oplossing komt voor het obesitas vraagstuk, waarbij het niet nodig is om veel lichaamsbeweging te hebben. Wat weer een interessante vraag oproept voor het vervolg: als er geen lichamelijke noodzaak meer zou zijn om te sporten, bijvoorbeeld door een pil waarmee je een perfect lichaam krijgt, zouden we als mens dan alsnog aan sport doen?

Science fiction films en boeken waar sport wel in voorkomt schetsen echter ook niet een heel rooskleurig beeld. In bijvoorbeeld Rollerball (1975), Mad Max Beyond Thunderdome (1985), Star Wars Episode I (1999), Death Race (2008) en The Hunger Games (2012) komt sport naar voren als iets van gemotoriseerde races en/of als een soort gladiatoren gevechten, waarbij het in veel gevallen gaat het om een post-apocalyptische maatschappij waarbij deze ‘sport’ wordt gebruikt als entertainment om het volk te voeden en onder controle te houden. Het zijn bloederige activiteiten, veelal tot de dood er op volgt. Een post-moderne variant van Brood en Spelen dus. Een weinig positief toekomstbeeld voor de sport.

Als er geen lichamelijke noodzaak meer zou zijn om te sporten, zouden we als mens dan alsnog aan sport doen?

Gelukkig voor de sportliefhebber blijken ook science fiction schrijvers last te hebben van het fenomeen denkkaders. Ook zij trekken trends door, maar kunnen slechts zeer zelden compleet onverwachte innovaties zien aankomen. Ok, er zijn wel wat uitzonderingen vanuit de wat oudere science fiction films die inmiddels uitgekomen zijn. Maar wie science fiction films diep uit de vorige eeuw bekijkt, die vaak over de periode rond 2000 gaan, dan blijken die er toch wel vrij vaak naast te zitten. Een verschijnsel als eSports komt in bijvoorbeeld geen enkele science fiction film uit de vorige eeuw voort. Blijkbaar konden wij ons destijds geen voorstelling maken dat we met grote hoeveelheden publiek in een stadion en online zouden gaan kijken naar een paar jonge gasten die een computergame spelen. Disruptieve veranderingen laten zich slecht voorspellen.

Het interessante is dat science fiction en fantasy verhalen ook een bijdrage kunnen leveren aan de vorming van toekomst. Wetenschappers kunnen op ideeën gebracht worden en daar mee aan de slag gaan. Maar dit geldt ook voor studenten. De huidige generatie studenten, opgegroeid met Harry Potter, heeft namelijk het Zwerkbal uit deze boeken/films omarmd als nieuwe sport.

Nature or culture?
Om de vraag te verkennen of we zouden blijven sporten, ook als het fysiek niet meer nodig is, past precies in het straatje van de filosoof Suits. Suits definieerde het game-element in de sport als het ‘overwinnen van onnodige obstakels’. Omdat sport een kindje is uit de industriële revolutie, ontstaan in de tijd dat mensen meer vrije tijd begonnen te krijgen, kan het gezien worden als een typisch Westers cultureel verschijnsel. Dit zou kunnen betekenen dat als de cultuur veranderd, of de maatschappij in zijn geheel een grote transitie doorgaat, de sport op de lange termijn ook weer zou kunnen verdwijnen. Tegengesteld zou sport ook juist typisch natuurlijk gedrag voor mensen kunnen zijn. Johan Huizinga beschreef in zijn Homo Ludens (1938) dat de mens bij uitstek een spelend wezen is. Spelen, en dus ook sport, is iets wat wij van nature doen, en dus ook zullen blijven doen.

Interessant genoeg is het onderzoek naar ‘animal play’ dat ons in deze redenering verder helpt. Onderzoek naar spelgedrag bij ratten laat zien dat ratten die uitgenodigd worden om te spelen beter in staat zijn om toekomstige uitdagingen als een gevecht aan te gaan. En hierin gaat het niet om kracht en motoriek, maar vooral ook de inschatting wanneer je het gevecht kan aangaan en wanneer je moet vluchten. Biologen onderscheiden drie niveaus van speelgedrag bij dieren die toenemen in complexiteit: spelen met het bewegingsapparaat, spelen met objecten en sociaal spel. Vooral in het zeer complexe sociale spel onderscheid de mens zich van andere diersoorten. Een voor ons vanzelfsprekendheid als een wereldrecord heeft bijvoorbeeld een enorme sociale complexiteit. Het wereldrecord impliceert namelijk dat de dezelfde regels, overal te wereld en voor altijd in de geschiedenis op een vergelijkbare manier zijn toegepast. Het onderzoek bij dieren laat zien dat er wel degelijk genetische elementen zijn die maken dat wij behoefte hebben om te spelen. Deze elementen hebben vooral raakvlak met het ontwikkelen van vaardigheden om te kunnen overleven. De culturele uiting die wij aan dit natuurlijke spelgedrag geven in de hedendaagse sport zou in de toekomst kunnen veranderen, maar spel is en blijft wel gewoon onderdeel van ons bestaan.

Autonomie
Sport is bij uitstek dus onderhevig aan de culturele ontwikkeling in de omgeving van de sport. In de 19e eeuw ontstond sport vanuit de adel en was hoffelijkheid de belangrijkste waarde die bij sport hoorde. Toen de adel minder invloedrijk werd, was het de gegoede burgerij (ondernemers) die de sport omarmden en als centrale waarde sportiviteit centraal zetten. Maar in het hedendaagse marktdenken gaat sport steeds meer over professionaliteit. Het doel en het (maatschappelijk) nut van de sport wordt steeds belangrijker gevonden. Waar de sport, sinds in 1855 de wet van vereniging en vergadering werd goedgekeurd, een vrij autonome positie in onze maatschappij inneemt, lijkt deze autonomie steeds mee ronder druk te komen. Vraagstukken als doping, corruptie en problemen rond mega sportevenementen maken dat er steeds minder vertrouwen is in deze autonome positie van de sport. Op lange termijn lijkt de centrale rol van civil society (verenigingen) in de sport steeds meer te gaan verschuiven naar de overheid en de markt.

Het einde van de sportvereniging is volgens Van Bottenburg al veel te vaak (en zeker al 30-40 jaar lang) aangekondigd. Altijd weet de vereniging zich net genoeg aan te passen, waarbij ze veelal wel dicht bij de eigen kernwaarden blijven. Gezien alle nieuwe sportmogelijkheden die de afgelopen decennia erbij gekomen zijn (commercieel/ongeorganiseerd/individueel) is het eigenlijk opvallend hoe sterk sportverenigingen momenteel nog zijn. Op een langere termijn zijn er echter toch wel grote veranderingen te verwachten. Vooral als de ontsporting doorzet, zal de competitiesport het steeds lastiger krijgen en de vraag is wat dit gaat doen met de topsport. Zo wordt de mate waarin mensen competitiesport doen zelfs al niet meer gemeten in de sportersmonitor. Vernieuwingen zullen vooral uit de commerciële sport komen en de rol van mediabedrijven (zoals Google, Apple, Facebook en Amazon) zal steeds verder toenemen. Maar wellicht dat ook biochemische bedrijven zich steeds meer in de sport gaan mengen als het gaat om innovaties.

Vooral als de ontsporting doorzet, zal de competitiesport het steeds lastiger krijgen

De toekomst is nu
Van Bottenburg schets mogelijke toekomstbeelden, waarvan sommigen al dichterbij komen dan we zelf denken. Een vraagteken wordt gesteld bij het kader of (top)sport veelal een strijd tussen landen zal blijven. De wereld lijkt in de toekomst steeds meer te gaan draaien om de grote steden en multinationals. Een wereldkampioenschap of Olympische Steden waarbij de grootste steden ter wereld sporters afvaardigen en waarbij de je niet de kleuren van een land, maar van een multinational verdedigd, lijkt zeker niet ondenkbaar. Nu al blijkt een gesloten competitiesysteem waarin grote steden met elkaar strijden een enorm krachtige manier van organiseren (NBA, NFL, MLB). Ook blijken multinationals als Nike en Red Bull veel beter dan de meeste internationale sportbonden in staat om de (jongere) sportconsument aan zich te binden.

Een paar dagen na de lezing van Van Bottenburg kwam naar buiten dat de FIFA bezig is met een plan om de Confederations Cup, die traditioneel het jaar voor het WK voetbal plaatsvindt als test-event, te vervangen met een Super Club World Cup. Een WK voor clubs met 24 deelnemende teams in de vorm van de grootste clubs per continent. Eigenlijk een strijd tussen de grootste steden en de grootste sponsoren. Ook is het niet ondenkbaar dat de grootste clubs van Europa op de wat langere termijn uit hun nationale competities stappen om een Europese Super League te gaan vormen. Wat veranderingen voor de lange termijn lijken, komt soms al dichter bij dan we ons bewust van zijn.

Conclusie
Het aardige van deze verkenning van de toekomst van de sport is wellicht dat het ons vooral veel leert over het heden en verleden. De spelende mens zal ook in de toekomst sport-achtige activiteiten willen ontplooien. Hoe deze activiteiten eruit gaan zien, is deels afhankelijk van de maatschappelijke ontwikkelingen in de omgeving, maar deels ook afhankelijk van keuzes die de sport zelf gaat maken. Hoe willen we omgaan met doping? Hoe gaan we governance problemen aanpakken? Zien we sport alleen nog als middel, of heeft het ook intrinsieke waarde? De toekomst van de sport gaat niet alleen over wat ons staat te wachten, maar vooral ook wat we zelf nu kunnen doen om de sport de sport te laten worden die wij graag zouden willen. We zullen zien.

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *