De complexe rol van de verenigingsondersteuner

Veel sportverenigingen hebben moeite zich op eigen kracht te ontwikkelen tot een vitale vereniging. Steeds vaker dragen verenigingsondersteuners bij aan het ‘vitaliseringsproces’ van de vereniging, op de meest uiteenlopende thema’s en manieren. In Groningen, Drenthe en Friesland zijn rond de honderd verenigingsondersteuners actief (Dijk, Slender en De Vries, 2014). 

‘Vitale sportvereniging’
Onder een ‘vitale sportvereniging’ verstaan wij een sportvereniging die in staat is om nu en in de toekomst de eigen sport(en) duurzaam te kunnen aanbieden en daarnaast haar maatschappelijke rol kan vervullen  – Boven, Slender en Wiggers, 2014

De ene verenigingsondersteuner is primair gespecialiseerd in het ondersteunen van verenigingen, bij de andere professional (waaronder de buurtsportcoach) is verenigingsondersteuning onderdeel van een breder takenpakket gericht op sportstimulering. Niettemin hebben al deze verschillende professionals wel dezelfde opdracht: het op weg helpen van de vereniging, zodat deze zelf in staat is om goed te kunnen functioneren.

De vraag verandert
De huidige verenigingsondersteuners constateren dat de aard van de ondersteuning is veranderd in de afgelopen jaren. De huidige complexe en strategische vraagstukken vragen om andere vormen van ondersteuning dan voorheen. Het vraagstuk ‘hoe zorgen we ervoor dat we voldoende vrijwilligers hebben om komende zaterdag de competitie te kunnen draaien?’ is immers van een andere orde dan de vraag‘hoe zorgen we dat we als sportvereniging over tien jaar nog bestaan?’ en behoeft dan ook een andere vorm van begeleiding.

Door de nieuwe rol als procesbegeleider verschuift de functie van de verenigingsondersteuner naar die van verenigingsontwikkelaar

Deze verandering in de ondersteuning maakt dat naast een instrumentele begeleiding ook steeds vaker procesbegeleiding nodig is. Hierbij komt de verenigingsondersteuner samen met de vereniging (co-creatie) stap voor stap tot een strategie die past bij het specifieke karakter van de vereniging en haar omgeving. Door de rol als procesbegeleider verschuift de functie van de verenigingsondersteuner naar die van verenigingsontwikkelaar, een term die door Klijn (2015) is geïntroduceerd. Voor de invulling van hun nieuwe rol voelen veel verenigingsondersteuners zich echter nog te weinig toegerust (Dijk, Slender & De Vries, 2014).

Ondersteun het bestuur
Koepelorganisatie NOC*NSF kiest er in de sportagenda 2017+ (NOC*NSF, 2016) expliciet voor om – veel nadrukkelijker dan in eerdere beleidsperiodes – de focus te leggen op de ondersteuning van het bestuurlijk kader. De functie van verenigingsondersteuner wordt als zeer belangrijk gezien, want sportparticipatie en de maatschappelijke rol van sportverenigingen moeten versterkt worden, aldus NOC*NSF.

Dit vraagt dan echter wel om professionalisering van de verenigingsondersteuners. Ondersteuners schakelen veel tussen verschillende rollen en aanpakken, waarvoor zij vaak niet zijn geschoold. Sommigen worstelen met het feit dat hun baan niet altijd als professie wordt gezien. Verwachtingen ten aanzien van de functies van verenigingsondersteuners zijn dan ook diffuus en hun taken weinig afgebakend.

Het blijft een vak waarin je als een soort kameleon moet fungeren. Naarmate je ouder wordt, word je beter, mede omdat je alles al een keer hebt meegemaakt

Een rugzak vol ervaring
Senior verenigingsondersteuner Anne Prins (SportDrenthe) beaamt: ‘Het blijft een vak waarin je als een soort kameleon moet fungeren. Naarmate je ouder wordt, word je beter en niet alleen vanwege je senioriteit maar ook vanwege het vollopen van je rugzak omdat je alles al een keer hebt meegemaakt.’ Ervaring is volgens senior ondersteuners belangrijk om te kunnen schakelen tussen verschillende rollen.

Dit blijkt ook uit een enquête die medio 2017 is voorgelegd aan honderdachtentwintig verenigingsondersteuners in Noord-Nederland (ruim veertig procent respons). In deze enquête werden zesenvijftig competenties genoemd. Verenigingsondersteuners werd gevraagd in welke mate zij van zichzelf vonden dat zij over deze competenties beschikten en of zij dachten deze nog meer te kunnen ontwikkelen.

Competenties en expertise
De opzet van bovenstaande enquête is vergelijkbaar met het onderzoek van De Caluwé (2006) naar het handelingsrepertoire van organisatieadviseurs. Op negentien van de zesenvijftig competenties gaven de verenigingsondersteuners met meer dan zes jaar werkervaring (ruim zestig procent van de respondenten) zichzelf een significant hogere score dan hun junior-collega’s (minder dan zes jaar werkervaring).

Verenigingsondersteuners zien veel competenties als basiscompetentie, en slechts een paar als specifiek voor een expertmatige of procesmatige rol

Verenigingsondersteuners die zichzelf als ‘expert’ hadden beoordeeld bleken over andere competenties te beschikken dan degenen die zichzelf als ‘uitvoerder’ of ‘procesbegeleider’ zagen. Hoewel dit verschil maar klein was, kon onderscheid gemaakt worden tussen de competenties per specifieke rol, dankzij focusgroep-interviews met verenigingsondersteuners met uiteenlopende rollen.

Basiscompetentie versus expertise
Kijkend naar basiscompetenties versus de rol van expert en procesbegeleider, valt het op dat verenigingsondersteuners veel competenties als basiscompetentie zien. Slechts een klein aantal competenties geldt volgens hen specifiek voor een expertmatige of procesmatige rol. Dit betekent dus dat een verenigingsondersteuner in de basis al over een vrij breed palet aan competenties dient te beschikken.

Het kunnen schakelen tussen de rol van expert en procesbegeleider lijkt cruciaal te zijn voor de succesvolle verenigingsondersteuner

Ramon Kuipers van Sportontwikkeling KNSB bevestigt deze bevindingen: ‘Wat je ziet is dat iemand in de basis veel dingen moet beheersen en op een goede manier moet kunnen inspringen op alle situaties die kunnen voorkomen. Mijn ervaring is dat het enorm kan verschillen; de ene keer is er een enorme juichstemming en de andere keer moeten we enorm overtuigen en weer een andere keer onszelf tegen de wind in staande houden’.

Proces- en adviesrol
Het kunnen schakelen tussen de rol van expert en procesbegeleider lijkt daarmee cruciaal te zijn voor succesvolle verenigingsondersteuners. Zij werken niet óf als expert, óf als procesbegeleider, maar gebruiken beide rollen in de invulling van hun werkzaamheden. Deze enigszins diffuse taakinvulling maakt het mede lastig om te spreken over dé verenigingsondersteuner. De complexiteit van de professie neemt toe, maar het handelingsrepertoire van ondersteuners blijft over de tijd relatief gelijk.

Het is mooi om een trendbreuk te zien: op meer en plekken worden ervaren en procesmatig georiënteerde verenigingsondersteuners ingezet

Richard Kaper, Manager Sportparticipatie NOC*NSF legt uit: ‘We zien in de praktijk dat het vak verenigingsondersteuner complex is. Er zijn veel verschillende competenties voor nodig die je situationeel moet kunnen toepassen. Meer en meer is een ondersteuner betrokken bij – of onderdeel van – een hoogwaardig adviestraject. Hiervoor is ruime werkervaring en bewezen adviesvaardigheid noodzakelijk. Te vaak worden net afgestudeerde ondersteuners ingezet, of mensen die niet effectief zijn in de procesmatige adviesrol. Het is mooi om een trendbreuk te zien: op meer en plekken worden ervaren en procesmatig georiënteerde verenigingsondersteuners ingezet.’

Blik op de toekomst
Verenigingsondersteuning zal voor een deel hetzelfde blijven de komende jaren. Er zullen nog steeds verenigingen gebaat zijn met advies voor ‘meer vrijwilligers in korte tijd’ of met een kritische blik op hun jeugdbeleid. Juist de complexe vraagstukken bij sportverenigingen vragen om ondersteuning in het vitaliseringsproces van verenigingen.

Ik verwacht dat de sportverenigingen professioneler gaan worden. Je ziet steeds meer dat verenigingen hun vrijwilligers koppelen aan hun professie

Gemeenten en bonden faciliteren (en financieren) de verenigingsondersteuners echter vaak niet om gedurende een langere periode bij één club een proces te begeleiden. ‘Voor een deel zal de vorm van ondersteuning hetzelfde blijven omdat een deel van de sportverenigingen ingericht zal blijven zoals ze nu zijn’, zegt Martijn Schuring van VSG Noord. ‘Daarnaast verwacht ik dat de sport en specifiek de sportverenigingen professioneler gaan worden. Je ziet steeds meer dat verenigingen hun vrijwilligers koppelen aan hun professie. Verenigingsondersteuners zullen nog meer een faciliterende rol krijgen, en daarnaast meer procesbegeleiding doen bij specifieke, kortdurende vraagstukken.’

Een volwassen professie
Verenigingsondersteuning zal zich als professie verder moeten ontwikkelen, zodat verenigingsondersteuners beter worden gefaciliteerd bij het uitoefenen van hun vak. Dat vraagt in eerste instantie om draagvlak op strategisch organisatieniveau voor vakontwikkeling en professionele ruimte. Daarbinnen dient aandacht te zijn voor kennisdeling tussen ondersteuners die werken voor verschillende opdrachtgevers (gemeenten, provincies, sportbonden, provinciale sportorganisaties) maar ook voor verdere scholing van deze beroepsgroep.
De roep om verenigingsondersteuners die met een procesmatige aanpak daadwerkelijk tot duurzame ontwikkeling van sportverenigingen kunnen komen neemt toe. Het aantal ervaren professionals die zichzelf hiervoor voldoende toegerust voelen is echter beperkt. Dat maakt dat sommige bonden of gemeenten zich wenden tot adviseurs uit het bedrijfsleven. 

Scholing
De vraag is of ervaren adviseurs uit het bedrijfsleven omgeschoold kunnen worden naar de verenigingscontext. Of wellicht kunnen jonge verenigingsondersteuners, studenten en alumni – van bijvoorbeeld de opleidingen Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) en Sportkunde – zo geschoold worden dat zij sneller over voldoende bagage beschikken om een dergelijke aanpak te hanteren.

Wat doen ervaren procesgerichte verenigingsondersteuners precies, en in welke mate is dit te leren door minder ervaren collega’s of studenten?

In ons onderzoeksproject staat dan ook de vraag centraal wat ervaren procesgerichte verenigingsondersteuners precies doen en toepassen en in welke mate dit te leren is door minder ervaren verenigingsondersteuners of bijvoorbeeld studenten.

Competentieprofiel
Het onderzoek tot nu toe (maart – december 2017) resulteerde in het hiervoor genoemde competentieprofiel voor verenigingsondersteuners. Dit competentieprofiel staat tevens centraal in acht masterclasses die plaatsvinden in de periode december 2017 tot juni 2018, waarin veertien junior verenigingsondersteuners geschoold worden in een procesgericht handelingsrepertoire.

Na afloop van deze masterclasses onderzoeken wij in welke mate de competenties aan te leren zijn en of beter geschoolde of ervaren ondersteuners ook tot betere vitaliseringsprocessen bij verenigingen leiden. De uitkomsten hiervan verwerken wij in een Massive Online Open Course (MOOC) voor verenigingsondersteuners die zich richten op het vitaliseren van verenigingen. Daarnaast willen we kijken hoe we met verschillende stakeholders kunnen samenwerken aan verdere professionalisering van deze beroepsgroep.

door: Bake Dijk, Magda Boven, Maikel Waardenburg & Hans Slender

Onderzoeksproject ‘Vitalisering van de sportvereniging’
In maart 2017 is het lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap van de Hanzehogeschool Groningen gestart met een onderzoeksproject ‘Vitalisering van de sportvereniging: van verenigingsondersteuner naar verenigingsontwikkelaar’. De Hanzehogeschool Groningen werkt in dit project samen met de Universiteit Utrecht, Mulier Instituut, Kenniscentrum Sport, NOC*NSF, Hogeschool Utrecht, Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo), Huis voor de Sport Groningen, SportFryslân, SportDrenthe, Vereniging Sport en Gemeenten Noord (VSG Noord) en Werkplaats Sociaal Domein Noord.
Het onderzoeksproject wordt gefinancierd met subsidie van SIA RAAK Publiek en heeft een looptijd van twee jaar. Het doel van het onderzoek is om verenigingsondersteuners handvaten te geven om een procesgerichte aanpak te kunnen hanteren in het ondersteunen (vitaliseren) van sportverenigingen.

Voor meer informatie over dit onderzoek: Vitalisering van de Sportvereniging en Verenigingsontwikkeling: rollen en competenties
Eerder gepubliceerd op SportKnowhowXL.

Bronnen:

  • Boven, M.A., Slender, H.W. & Wiggers, H.M. (2014). De vitaliteit van sportverenigingen in Noord-Nederland. Groningen: Lectoraat Praktijkgerichte Sportwetenschap.
  • Dijk, B., Slender, H.W. & De Vries, I. (2014). Effectieve verenigingsondersteuning in de provincie Groningen. Groningen: Hanzehogeschool.
  • Klijn, D. & Van Veenhoven, E. (2015) Verenigingen Veranderen. Trichis Publishing B.V.
  • NOC*NSF, (2016) Sportagenda 2017+. www.nocnsf.nl/sportagenda-2017
  • De Caluwé (2006) Onderzoek naar competenties van organisatieadviseurs in verandertrajecten. Center for Research on Consultancy, Vrije Universiteit, Amsterdam
Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *